“Demonstrating Dutch” – Politiek en Wetenschap

Eind 2014 heb ik een artikel geschreven voor ‘Frame, Journal for Literary Studies’, in een speciale uitgave over racisme in Nederland:
“Demonstrating Dutch: Nationalism and Cultural Racism in the 2013 Anti-Putin and Pro-Black Pete Protests in the Netherlands.”

Niet heel toevallig werd dit gepubliceerd rond 5 december, midden in ‘de zwarte pieten discussie’ waar iedereen ondertussen niks meer over lijkt te willen horen. Voor mij was het heel belangrijk om dit artikel te schrijven, het was een van de eerste keren dat ik iets publiceerde over deze onderwerpen, en dat gedurende de heftige en vaak vijandige discussiestroom in politiek en media. Hoewel het een academische tekst is, is het zeker ook politiek en gaat het over zaken die mij aan het hart gaan. Nationalisme, homonationalisme, seksuele vrijheid, racisme en uitsluiting. Het zijn enorme thema’s die onmogelijk te vatten zijn in deze paar pagina’s. Tegelijkertijd heb ik hier de kans gekregen om mijn ideeën te laten horen. Het is bijzonder om deze plek te krijgen, dat besef ik me goed. Het is bijzonder om deze plek te krijgen binnen de wetenschap, waar discussies over geld, subsidies, referenties en netwerken soms de overhand lijken te hebben. Het is gelukkig ook mogelijk om binnen geesteswetenschappen een kritische stem te verwoorden, en het is deze ruimte die voor mij van groot belang is. Zonder de ruimte om politieke vragen te stellen, met het risico dat je ook als academicus, departement of universiteit gaat twijfelen aan je eigen positie, zou het geen plek voor mij zijn. Binnen kritische theorie, waar genderstudies en postkoloniale theorie onder vallen, wordt de relatie tussen theorie en praktijk al langer bevraagd. Bekend is bijvoorbeeld het statement ‘the personal is political’, dat vanuit tweede golf feminisme ook zijn weg naar de academie heeft gevonden, waar het inmiddels ruim erkend wordt dat ook het theoretische politiek is. Dat geesteswetenschappelijk onderzoek geen objectiviteit als hoofddoel zou moeten hebben, maar juist de eigen positie en bijkomende privileges dient te onderkennen is wijdverspreid en veel gehoord. Dit soort uitspraken en het hele veld van feministische wetenschapsfilosofie, maakt dat vrijwel elke productie van academische teksten als politiek geladen kan zien. Is immers niet alles voortgekomen uit een persoonlijke en politieke drijfveer, zijn we niet allemaal beïnvloed door onze posities? Natuurlijk is het belangrijk om te reflecteren op het werk wat de nou eigenlijk doen wanneer er een artikel gepoubliceerd wordt. Dat hieraan een politiek achter ligt, lijkt me vrij logisch. Dat betekent echter niet dat elk feministisch werk kritisch of subversief te noemen is. Wanneer ik schrijf over seksualiteit als concept in het werk van Judith Butler en Luce Irigaray, is dat mogelijk in het beste geval een interventie of aanvulling te noemen binnen het veld van feministische filosofie, maar het beweegt toch minder dan een kritisch stuk over homonationalisme en zwarte piet. Dit betekent natuurlijk niet dat het ene beter is dan het andere, maar voor mij is de ruimte voor kritische perspectieven, erkenning van het politieke en de verbinding van het ‘sociale veld’ met het ‘academische’ (als er al zo’n onderscheid te maken is), essentieel. Dit artikel komt voort uit verwondering en interesse in bepaalde politieke beeldvorming en de constructie van Nederlandse nationale identiteit. Eigenlijk zijn alle goed geformuleerde hypotheses hier terug te leiden tot deze verwondering: Wat gebeurt hier nou weer, wat zijn we met z’n allen aan het doen? Zonder de mogelijkheden dit soort vragen te onderzoeken, hier zichtbaar in een special issue van een journal gemaakt door studenten, lijkt de wetenschap mij toch een stuk minder spannend en relevant.

Abstract:

This article examines two separate events of 2013: the pro-Black Pete demonstration in the Hague, and the anti-Putin demonstration in Amsterdam. By analyzing the contexts and bodies of these debates, this paper looks at several ways in which a Dutch national subject is imagined within these events. I argue that these are local and global sites that are both creating, and created by, structural forces of in- and exclusion within and beyond a notion of “Dutch national identity.” In this paper, I use a transnational feminist framework and queer of color critique to analyze the multiple linkages within, between and among both spaces to ask how Dutchness is demonstrated.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s