Mannen mogen geen feminist zijn, toch?

Afgelopen weekend stond in de Volkskrant een artikel van Maurits de Bruijn over6ca611174c9ad7b7dc83352b9a01afc1
feminisme en mannen, met de pakkende titel: “Noem mij geen feminist” (helaas is dit artikel niet toegankelijk zonder abonnement, laat het weten als je een kopie wilt). In het artikel van de Bruijn vinden we een betoog waarom hij, als man en voorstander van vrouwenemancipatie, juist géén feminist genoemd wil worden. Omdat het aandacht af zou leiden van vrouwen die zich al jaren inzetten maar wiens stemmen niet gehoord worden. In eerste instantie kwam dit perspectief vernieuwend en verfrissend over op mij, de Bruijn kaart enkele essentiële ontwikkelingen. En toch bleef het knagen, ergens ben ik het niet met hem eens. De relatie man-feminist blijft toch lastig, ook voor mij.

De mogelijke rol van mannen binnen feministische stromingen is al jarenlang een discussiepunt. Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk om ook (cis- en transgender, hetero en niet-hetero) mannen op de barricades tegen te komen. In de popcultuur ben je bijna niet meer geloofwaardig als je jezelf géén feminist noemt, hier vinden we ook veel mannelijke rolmodellen (Benedict Cumberbatch), en ook enkele grote politieke leiders hebben zich hiervoor uitgesproken. Daarnaast is er op academisch niveau een inhoudelijke verandering bezig. Wanneer feminisme gelijkheid tussen mannen en vrouwen als doel heeft, dan zou het in essentie al niet alleen op vrouwen moeten focussen. Feminisme gaat in zijn meest neutrale vorm over gender in het algemeen, over relaties tussen man en vrouw. En dus werkt het niet om alle mannen af te schilderen als boosdoener; ook mannen kunnen slachtoffer zijn van gender ongelijkheid en patriarchale structuren. Een relatief nieuw onderzoeksveld is bijvoorbeeld masculinity studies, waar er gekeken wordt naar de manier waarop idealen over mannelijkheid geconstrueerd worden. Op verschillende niveaus zien we dus mannen terug in relatie tot feminisme: in publieke beeldvorming en popcultuur, als onderwerp van onderzoek en debat, maar ook zeker als beoefenaar in activisme en wetenschap.

Het is met name het publieke niveau waar de Bruijn vraagtekens bij stelt. Hij stelt dat feminisme vandaag de dag meer geaccepteerd is omdat enkele belangrijke mannen zich hier voor hebben uitgesproken, hoewel dit punten zijn waar vrouwen jarenlang voor gestreden hebben. De Bruijn beschrijft bijvoorbeeld hoe sommige mannen zich feminist noemen om makkelijker vrouwen in bed te kunnen krijgen. Waar feminisme bij vrouwen vaak onaantrekkelijk gevonden wordt (en ook met dates vaak een dealbreaker kan zijn), is het in het geval van de penisdragende soort een pluspunt. Vooral de mediafiguren worden door de Bruijn geanalyseerd. Het gaat hier expliciet niet om inhoud en beleid, maar juist om publieke beeldvorming waarbij grote mannen punten scoren door zich het label feminist toe te eigenen en als zodanig de stem van vrouwen zelf onschadelijk maken. Interessant is het ‘oh ja’ moment dat de Bruijn beschrijft. Barack Obama, Dustin Hoffman en gelijken, allemaal hebben ze een moment van realisatie gehad waarbij ze inzagen dat er wel degelijk genderongelijkheid is. Dat vrouwelijke feministes niet alleen zeuren, maar dat ze ergens wel een punt hebben in het aankaarten van seksisme en seksueel geweld. Het idee is dus dat mannen tot het feminisme komen (vaak via een vrouw) en zich nobel over het hart strijken. Hetzelfde zagen bijvoorbeeld toen Obama na vele gesprekken met zijn familie, vrienden en buren, een ommekeer ervoer en zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Voor vrouwen kan feminisme echter een noodzaak zijn, iets wat niet volgt op een ‘oh ja’ moment, of lange gesprekken met familie, maar voortkomt uit ervaringen door het leven heen. Waar mannen hun ogen kunnen sluiten voor seksisme en discriminatie, is dit voor vrouwen vaak geen optie. Juist doordat er voor mannen geen directe aanleiding lijkt te zijn om zich hiervoor in te zetten worden zij vaak als helden ontvangen. Zij zijn zich immers bewust geworden van hun privileges, terwijl vrouwelijke feministes vooral zeuren over hun slachtofferpositie. Dit is een vorm van mainstreaming van feminisme, waarbij inhoudelijk kritische stemmen en activistische benaderingen tot stilzwijgen gemaand worden.

Deze rol van publieke mannen die zich feminist noemen is voor de Bruijn een reden om zichzelf provocerend géén feminist te noemen. De opening van het artikel is treffend: “Zolang mannen worden geprezen voor het benoemen van zaken die vrouwen al decennialang aankaarten, en feministische vrouwen nog steeds bitter, boos en gefrustreerd worden genoemd, is er iets grondig mis.”

Kritiek op publieke beeldvorming en mainstreaming van feminisme is van belang. Echter, dit vind plaats op één niveau van de samenleving en heeft naar mijn idee weinig te maken met het daadwerkelijk actief zijn in feministische bewegingen, in de wetenschap of in het dagelijks leven. In plaats van ‘mannen’ in het algemeen te beschrijven, is ook hier meer nuance nodig. De Bruijn beschrijft een specifiek soort man, een man die niet enkel bevoorrecht is door zijn Y-chromosoom, maar zich als heteroseksuele, normatief mannelijk en cisgender in een uitermate bevoorrechte plek bevindt in het publieke en politieke domein. Hoe zijn deze mannen in een positie van macht en welke onderliggende agenda is hier aan het werk? Gaat het hier om mannen die zich inzetten voor feminisme, of over feministische mannen, en wat is het verschil? Welke andere feministische mannen zijn onzichtbaar? Hoe is dit hedendaagse ‘feminisme’ gekoppeld aan breder neo-liberaal denken? Er zijn slechts een paar soorten mannen die daadwerkelijk punten kunnen scoren door zich feminist te noemen. Een probleem is ook dat de Bruijn niet specificeert vanuit welke positie van mannelijkheid hij zelf spreekt. Deze regel geldt niet altijd, maar vaak wijst wat onbenoemd is op een dominante positie. Stel de Bruijn is jong, hip en wit, heteroseksueel, cisgender, niet lichamelijk belemmerd, en hoog opgeleid, dan bepaalt dit zeker zijn verhouding tot feminisme. Het zou interessant zijn om te weten hoe zijn eigen positie zijn verhouding tot feminisme heeft beïnvloedt. Voor niet-witte, niet-heteroseksuele en trans*mannen is dit zeker niet hetzelfde.

Ik spreek vaak mannen in mijn directe omgeving die het gevoel hebben niet over gendervraagstukken mee te mogen praten. Omdat het slechts vrouwenzaken zijn, of omdat ze een idee hebben dat mannen niet welkom zijn. Ik heb ook enkele mannelijke vrienden die zich wel degelijk feminist noemen. Prima, ik vind het fantastisch als iedereen zich inzet voor gelijke zaken als waar ik me druk om maak. Met zowel man- als vrouw- geïdentificeerde personen heb ik urenlange gesprekken gevoerd over gelijkheid, seksuele vrijheid en discriminatie. Het label ‘feminist’ maakt hierbij geen verschil, het gaat erom wat dat voor je betekent, hoe je hier mee om gaat, en of je je eigen grenzen in empathie kent.

De Bruijn schetst juist een ideaal van de man die zóveel aandacht voor genderongelijkheid heeft, dat hij zich dapper ontdoet van het label feminist omdat hij beseft dat vrouwen meer recht van spreken zouden moeten hebben. Het lijkt mij niet de meest logische oplossing. Dit is een vreemd soort beweging waarbij mannen weer tegenover vrouwen geplaatst worden en de ervaring van vrouwelijkheid een vereiste om je in te zetten voor politieke en sociaal-culturele gelijkheid. Wat ik mis in het artikel van de Bruijn, is het eerdergenoemde onderscheid tussen publieke beeldvorming; mannen en mannelijkheid als onderwerp van studie; en individuele personen die zich als zowel man als feminist identificeren, en zich actief (willen) inzetten voor meer gelijkheid. Niet omdat zij het idee hebben vrouwen te moeten redden, of als onderdeel van breder politiek spel, maar omdat ze doorhebben dat de wereld net iets meer aan hun voeten ligt, dan aan die van hun vrouwelijke en/of transgender soortgenoten. In het artikel van de Bruijn lijkt het ontdoen van het label juist een ultieme, doch ietwat kromme, vorm van feminisme. Ik heb zelf geen enkel probleem met feministische mannen in mijn omgeving wanneer dat label betekenis en inhoud heeft. Zolang je maar niet mijn stem overneemt, mijn plek inneemt, namens mij meent te spreken, of te snel denkt te begrijpen waar mijn ervaringen vandaan komen, zo ben ik dan ook wel weer.

tumblr_mjkbr35asw1rosb88o1_500

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s